#04 – De derde dag

Dit verhaal is misschien niet voor iedereen leuk om te lezen, en zeker veel te lang voor een weblog – ik schrijf het vooral voor onszelf. Want de kans is groot dat als we over een paar weken onze foto´s weer bekijken, we tegen elkaar zeggen: ´wat was het toch mooi!´en ´ah´ en ´oh´, en voor het gemak vergeten wat het ons kostte. Voor ons dus, en voor liefhebbers van leedvermaak, en mensen met fietsplannen in het zuidwestelijke puntje van Bolivia. Minder geschikt voor mensen die al bezorgd om ons zijn.

Vol goede moed beginnen we aan de derde fietsdag, na een sprookjesachtige zonsopgang (gezien vanuit een ´thermal pool´, een betonnen bak vol warm bronwater, terwijl mijn haar bevriest). De eerste kilometers zijn redelijk vlak, langs een schitterend meer. Maar zodra het klimmen begint wordt het zwaar. Erg zwaar.
De hele kilometers halen we al snel niet meer, we rusten om de paar honderd meter even uit. Even ademhalen, al is het lucht met weinig zuurstof en veel stof. De langsrazende 4×4´s maken het er niet makkelijker op, duwen ons vaak uit het enige fietsbare stukje van de weg, blazen bakken vol stof over ons heen.
Ik haal alle doorzettingsvermogenstrucs uit de kast die ik kan bedenken. Mensen die indruk op me maken, mensen op wie ik indruk wil maken, haal ik één voor één naar boven. Maar bijna al die mensen zeggen na een paar trappen, een paar hijgende ademteugen, dat ik best even af mag stappen, best even uit mag rusten. Dat zegt een deel van mijn hoofd ook, maar een ander deel weet dat we dan niet ver komen. Dus door, denkend aan een volgende held, om nog een paar trappen verder voor te gaan.
Er steekt een keiharde wind op. Tegen.

De pas, waar is de pas? Denk nooit te vroeg dat de pas de pas is, er komt altijd nog wel een extra hobbel aan. Maar na 11 kilomter (élf? élf? Na meer dan twee uur keihard werken, we zijn nu al moe, élf kilomter?) zijn we er eindelijk echt. De pas. Boven.
Het uitzicht is mooi. Tot ik zie dat onze weg naar rechts gaat. En er nog een verrassingspas is, een paar kilomter verder. De wind trekt aan tot kracht 8 a 9, er komt nog een zandstormpje over ons heen. Het is koud. Moe. En we moeten nog zo ver…
Ik voel me klein, heel klein. We rusten schuilend achter een steen, ik koel af, wil niet graag meer verder. Robert wordt boos, en dat helpt.
Links. Rechts. Links. Rechts. Links, links, slinger, stap, stop. Hijg. Slok. Ik val bijna, Robert valt mee om me op te vangen, maar ik sta al weer. Verder.
De moed zakt me in de schoenen. Ik wil niet meer! Ik wil een buik, om mijn koude handen op te leggen! Ik wil een duinpan, met zomermiddagzon! Ik wil whiskey bij een open haard! Ik wil iemand die mijn voeten warm masseert!

De vier lama´s die getuige zijn van deze kinderachtige uitbarsting kijken verbaasd, maar ook wel vergoelijkend. ´Ach meisje toch. Vooruit, vandaag mag het, een beetje misplaatst zelfmedelijden. Natúúrlijk is het je eigen keuze, en dus je eigen schuld, dat je hier probeert te fietsen. Natúúrlijk had je ook kunnen kiezen voor Franse warmte met goede wijn. Natúúrlijk heb je eigenlijk helemaal niets te klagen. Maar vooruit, vandaag mag het, een beetje´.

Geen whiskey, geen zon. Wel krijgen we sneeuw. Niet veel, wel nog een klein mentaal afstapje. En toch komen we wonderwel op de verrassingspas aan.
Daar zien we het vervolg van onze weg: een beetje afdaling. En een nog veel langere klim.
Het beetje moed dat nog in m´n schoenen zat, sijpelt weg. Robert praat, kleed me nog een beetje extra aan, zodat het totaal aantal kledingstukken dat ik draag een mooie ronde twintig bedraagt. Een traan bevriest op mijn wang: huilen is dom, niet doen.

Moed, moed, waar halen we moed vandaan? Ah ja, we hebben altijd de moed der wanhoop nog. Wanhoop, of berusting, van toch geen keuze hebben: hier gaan liggen lijkt ook niet prettig. Dus toch maar door. Links rechts slinger stof.
Mijn benen, lieve lieve benen (sorry benen voor deze marteling) blijven draaien. En uiteindelijk blijkt er toch een laatste pas te zijn.
Een uitzicht.
Een afdeling.
Nog een laatste toetje, doordat de laatste vlakke 20 km over zo´n slechte, zanderige weg zijn dat we een groot deel moeten lopen.
En dan een bed.

Total distance: 41.19 km
Max elevation: 4366 m
Min elevation: 2460 m
Total climbing: 2634 m
Total descent: -748 m
Average speed: 2.43 m/s
Total time: 08:10:03
Download file: 20090917-San-Pedro-de-Atacama-Bergslaapplaats.gpx
Total distance: 64.66 km
Max elevation: 4769 m
Min elevation: 4347 m
Total climbing: 1602 m
Total descent: -1517 m
Average speed: 3.03 m/s
Total time: 11:44:40
Download file: 20090918-Bergslaapplaats-Lago-Salada.gpx

2 thoughts on “#04 – De derde dag”

  1. Jemig jongens… dit is AFZIEN met hele grote hoofdletters. Ik zou ter plekke gestorven zijn – haha. Super leuk weer om jullie verhalen te lezen! Geniet ervan en tot lees!

    x Nath

  2. Wiesje en Robbie!

    Briljante verhalen nu al. Wat doen jullie jezelf toch aan 🙂 Schrok me vorige week kapot toen ik op teletekst las dat een Nederlandse dame in Bolivia was verongelukt. Maar goed daar zaten jullie nog niet, maar dat had ik niet direct door.

    Fucking zwaar man, maar guys wel cool dat jullie het hebben gedaan. Je moet er wat voor over hebben om de mooie plekken te zien. Toscane by car is alsof je in Franrijk rijdt dus je mist niets 🙂

    Ga lekker door, mooie vehalen voor later! en doe een beetje voorzichtig aub!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Geotagging plugin by eMich.